donderdag, juni 24, 2010

 

Consistente en evenwichtige waanzin?


Robert Schumann (1810 - 1856) in 1850

NB: Onder één woord kunnen zich meerdere links bevinden!)

VLR: 2010 is weer een bijzonder jaar, nietwaar?
BP: Had ik niet al eens uitgelegd dat alle jaren bijzonder zijn en dat dat niet zo bijzonder is?

VLR: Ja, maar dit jaar is het 200 jaar geleden dat Chopin geboren werd.
BP: Hadden ze dat idee ook in 1810?

VLR: Vast niet, maar het is toch een mooie gelegenheid om aandacht aan zijn muziek te besteden?
BP: Je bedoelt dat ik daar aandacht aan zou moeten besteden?

VLR: Bijvoorbeeld.
BP: Dat lijkt me niet nodig. De muziek van Chopin heeft een enorme schare van liefhebbers en aanbidders, zowel onder spelers als publiek. Wat mij betreft alleszins terecht maar waarom zou ik daar wat aan moeten bijdragen? Te meer daar het ook 200 jaar geleden is dat Robert Schumann werd geboren, een componist van minstens zo groot formaat als Chopin. Van Chopin zullen er dit jaar ongetwijfeld weer cd-uitgaven van diens complete werk in de bakken liggen, maar bij Schumann zie ik dat nog niet gebeuren.

VLR: Hoezo niet?
BP: Het oeuvre van Schumann is vele malen groter dan dat van Chopin en de cd-markt heeft het moeilijk dezer dagen.

VLR: Maar dan halen ze toch oude uitgaven uit de kast die ze opnieuw uitgeven? Dat doen ze met Chopin toch ook?
BP: Het oeuvre van Chopin is vrij klein en compact, bovendien blijft zijn muziek razend populair bij een groot publiek. Oude complete uitgaven van Schumann’s muziek zijn er bij mijn weten niet. Een groot aantal van zijn werken is natuurlijk nog steeds behoorlijk bekend. Zijn pianoconcert blijft één van de verplichte strijdrossen voor iedere klavierleeuw. Pianowerken als Carnaval en Kinderszenen zullen ongetwijfeld ook wel populair blijven, Dichterliebe zal men blijven zingen en zijn symfonieen winnen zelfs aan populariteit. Maar een belangrijk deel van zijn werk is onbekend gebleven bij het publiek. Dat komt ten dele omdat het zelden of nooit gespeeld wordt, laat staan opgenomen op lp of cd.

VLR: Maar zijn die werken dan allemaal belangrijk?
BP: Oh er zitten ook mindere werken tussen. Maar wanneer je bedenkt dat van Bach, Mozart, Beethoven, Chopin en zelfs Brahms wél ieder obscuur werk is opgenomen, waarom van Schumann dan niet? Hoeveel uitvoeringen liggen er niet in de bakken van Mozart’s Requiem? En dat is toch vreemd te noemen want een groot gedeelte van dat werk is niet eens door Mozart geschreven. Het stuk is gewoon niet af en is door een veel mindere god aangevuld. Terwijl niemand ooit het Requiem van Schumann hoort en ik verzeker je dat dat geen minder werkje is.

VLR: Zijn er meer van dat soort werken?
BP: Veel werken van na het beroemde pianoconcert zijn nogal veronachtzaamd, zowel voor als na Schumann’s dood. Dat gaat om werken uit de periode 1845 tot 1854. In 1854 doet hij een poging tot zelfmoord door in de Rijn te springen, wordt gered en komt in een gesticht terecht. Het laatste werk dat hij rond zijn zelfmoordpoging schrijft is het thema met variaties WoO 24. Hij houdt het in dat gesticht nog dik twee jaar uit. Hij stopt dan met eten en sterft. Die feiten hebben de perceptie en receptie van het late werk van Schumann zowel bij luisteraars als musici erg getekend. Schumann werd bij zijn leven al beschouwd als één van de belangrijkste Duitse componisten. Schumann sloeg echter later in zijn carrière aan het experimenteren. Gedeeltelijk omdat hij zijn romantische idioom zelf al behoorlijk uitgewoond had. De donkere plekken in zijn muziek werden donkerder, zijn muziek werd meer declamerend dan zangerig, de toon werd monochromer en de overgangen werden stugger en abrupter. Dit werd lang niet altijd gevolgd door zijn tijdgenoten, ook niet door zijn beste muzikale vrienden en ook niet door zijn vrouw, de beroemde pianiste Clara Schumann-Wieck. Na Schumann’s opname in het gesticht werd steeds meer gezocht naar feilen in de muziek die betrekking zouden kunnen hebben op de geestelijke aftakeling van de componist.

VLR: Zijn die dan niet terug te vinden?
BP: Het proces van componeren vereist een behoorlijke nauwgezetheid, hoe snel je ook noten kunt schrijven. Schumann was een uiterst kritisch muziekluisteraar en –lezer tot aan zijn opname in het gesticht. Het zou vreemd zijn als hij tegenover zijn eigen werk niet kritisch was geweest. Wie een laat werk als Gesänge der Frühe hoort, moet toch constateren dat dat werk inderdaad vreemde wendingen vertoont maar dat het ook uiterst nauwkeurig geschreven is. De vreemde wendingen die erin zitten, werken bovendien uitstekend. Het is begrijpelijk dat dat soort zaken in Schumann’s tijd niet makkelijk begrepen werd. Maar nú zou zoiets voor de luisteraar geen probleem meer moeten zijn, zoals nu ook de symfonieën van Bruckner in hun oorspronkelijke versies gespeeld worden. om kort te gaan: het late werk van Schumann is geen gekkenwerk, het is een uniek oeuvre.

VLR: Zijn er veel werken die volgens jou te lijden hebben onder die volgens jou verkeerde perceptie?
BP: Ja, de genoemde variaties en de Gesänge der Frühe voor piano hoor je zelden. Schumann heeft in die periode ook nog talloze liederen geschreven, die hoor je minder omdat ze niet zo melodisch aanspreken als zijn vroegere liederen. De Szenen aus Ghoetes Faust en de muziek bij Byron’s Manfred worden (behalve de ouverture) zelden gehoord. Schumann’s opera Genoveva is, vrees ik, ten onder gegaan aan het wapengekletter van Wagner’s opera’s. Genoveva bevat weinig actie maar is een uitzonderlijk verinnerlijkt werk. Ik geloof dat hard core operaliefhebbers daar niet zo gek op zijn. Het oratorium Der Rose Pilgerfahrt, bepaald een verfijnd werk, wordt ook zelden of nooit gehoord. De twee concertstukken opus 92 en opus 134 voor piano en orkest worden zelden gespeeld. En het requiem is vrijwel onbekend gebleven.

VLR: Heeft dat allemaal te maken met dat waanzin idee en de sporen daarvan die terug te vinden zouden zijn in de muziek?
BP: Gedeeltelijk. In de orkestwerken heeft het ook te maken met Schumann’s orkestratie. Schumann schreef voor vrij kleine orkesten, terwijl zijn tijdgenoten Berlioz, Liszt en Wagner zeer veel grotere orkesten verlangden met gigantische strijkersgroepen om tegen batterijen toeters op te kunnen spelen. Die ontwikkeling heeft zich in de 20ste eeuw voortgezet. Met als gevolg dat Schumann’s orkestwerken vaak nog gespeeld worden door te grote orkesten met te grote strijkersgroepen.
En verder zijn veel uitvoerenden blijkbaar niet opgewassen tegen de extremen die Schumann in zijn werken voorschrijft. Niet alleen de extreme melancholie van bijvoorbeeld de vioolsonates, maar ook heel simpel de extreem snelle of langzame tempo’s.

VLR: Je bent een groot liefhebber van Schumann’s vioolconcert en dat schijnt al die bezwaren nogal in zich te dragen?
BP: Ja dat klopt. Volgens mij is het een uitzonderlijk meesterwerk dat ten onrechte niet voorkomt in het rijtje van grote en gevierde vioolconcerten uit de 19de eeuw.

VLR: En dat zijn?
BP: Dat zijn het concert van Beethoven (1806),










het concert in e klein van Mendelssohn (1844),










het concert van Brahms (1878),










en het concert van Tchaikovsky (1878). Dat zijn veelgehoorde werken op concoursen en in concertzalen waar ze altijd op veel enthousiasme van het publiek kunnen rekenen. De afwezigheid van het concert van Schumann is eigenlijk heel vreemd en ook wat pijnlijk.

VLR: Maar het is ook niet zo’n enorm virtuoos concert, kan het daaraan liggen?
BP: Dat zijn de concerten van Beethoven en Mendelssohn ook niet.

VLR: Of ligt het aan de geschiedenis van het concert? Ik bedoel, het werk werd in een la gelegd door Clara Schumann, Robert’s vrouw, en de violist Joseph Joachim omdat ze het niet voor publicatie geschikt vonden. In de jaren dertig werd het herontdekt en het ging alsnog in première in 1937, 81 jaar na de dood van Schumann.
BP: Die hele geschiedenis is redelijk uitgebreid te lezen op de Duitse en de Engelse Wikipedia. En deze geschiedenis heeft ongetwijfeld te maken met de huidige perceptie en receptie van het stuk. Het lijkt er vooral op dat Clara Schumann en Joseph Joachim zich schaamden voor de afwijkende gedachtengangen van Schumann in het concert. Zij weten die blijkbaar aan Schumann’s geestelijke aftakeling.

VLR: Is dat dan niet zo?
BP: Daar kan ik niets met zekerheid over zeggen. Wat mij wel duidelijk is, is dat Schumann er compositorisch alles aan gedaan heeft er een consistent en evenwichtig werk van te maken. Zeker, de gedachten die hij inhoudelijk had, waren duidelijk heel controversieel. Er zit veel pijn in het werk, maar er is ook voortdurend een tegenstem en uiteindelijk loopt alles goed af. Schumann tracht één en ander te compenseren door het materiaal dat hij gebruikt scherp te laten contrasteren en zelfs om te werken tot een springerige, dansachtige finale. Verder wilde hij blijkbaar een duidelijk ander soort concert schrijven dan hij eerder had gedaan voor de piano en de cello. De viool moest op de voorgrond komen als presentator van de wisselende soms conflicterende gedachten, terwijl het orkest de juiste sfeer moest scheppen en de belangrijkste motieven van het werk moest presenteren. Schumann hield zich daarbij meer dan eerder aan een klassieke opbouw. De lange gedachtenspinsels van de viool doen wat denken aan de lange monologen in Manfred van Byron, een werk dat Schumann goed kende.
Dat maakt de vioolpartij geen moment saai, ze zit vol stembuigingen, vragen, antwoorden, twijfels en in het derde deel (de finale) ook vol speelsheid. Aan het einde van het eerste en het derde deel mengt de viool met het orkest. Het spreekt dat je daar een goede uitvoerende kunstenaar voor nodig hebt en het violistendom kent helaas vooral veel ijdeltuiten. Een violist wil in een vioolconcert vooral glanzen.

VLR: Maar blijkbaar is het idee van die waanzin rond Schumann’s concert toch blijven bestaan, want toen het stuk in première ging in Nazi-Duitsland in 1937 had men het eerst bewerkt. De Nazi’s konden de wereld tenslotte niet het werk van een waanzinnige Duitse componist presenteren?
BP: Inderdaad. En daar heeft het toenmalige muziek establishment in Duitsland aan meegewerkt. Paul Hindemith – toch niet de eerste de beste, bovendien was zijn eigen werk verboden door de Nazi’s - kreeg de opdracht het stuk te bewerken. Het komt erop neer dat hij het net niet verminkt heeft. Het hele verhaal van de viool wordt onderuit gehaald, de verkeerde dingen gaan glanzen en bepaalde passages krijgen iets ambivalents. Wat Hindemith deed, was hele passages óf virtuozer maken óf versimpelen. En dat alles in de overtuiging dat Schumann dat zelf ook veel beter zou hebben gevonden. Terwijl er toch al een voltooide partituur van Schumann lag, bedacht, geschreven en goedgekeurd door Schumann zelf. Het stuk was ook al een keer in aanwezigheid van Schumann uitgeprobeerd met Joseph Joachim en orkest.

VLR: Maar het concert bevat toch ook onspeelbare passages?
BP: Schumann was zelf geen violist. Hij had het stuk naar Joseph Joachim gestuurd met de vraag of hij kon adviseren over de speelbaarheid van het stuk. Joachim heeft dat niet gedaan. Daardoor komen in het eerste deel twee hele korte passages voor – ieder van enige seconden – die technisch niet haalbaar zijn. Maar die kunnen aangepast worden zonder de vaart en idee van de muziek te veranderen.

VLR: Er staan een aantal opnames van het concert op Youtube; een aantal moderne en een aantal oudere opnames. Ondanks nieuwe inzichten in het stuk gaat je voorkeur toch uit naar een ouderwetse opname. Hoe komt dat zo?
BP: Voor zover ik kan overzien is de opname van Peter Rybar de eerste opname die een beetje lekker in z’n vel zit. De oudste opname is die van Georg Kulenkampff die de versie van Hindemith speelt, zoals hij die ook speelde bij de première in 1937. De tweede is die van de nog heel jonge en ambitieuze Yehudi Menuhin. Die speelt gelukkig wél wat er staat, maar vliegt er met een enorme vaart doorheen waardoor er veel verloren gaat van de expressie.
Rybar speelt langzamer en met veel aandacht voor details. Hij laat het retorische van de late Schumann stijl goed uitkomen. Rybar was trouwens een vrij onbekende maar fantastische violist. Het begeleidende orkest is niet briljant, maar het speelt met overgave.
De moderne uitvoeringen op Youtube hebben het voordeel dat je de violist en het orkest ziet spelen, maar helaas spelen die violisten een bewerkte editie (blijkbaar dus nog steeds met het idee dat Schumann zijn eigen werk niet zo goed begrepen had) en ze spelen het derde deel allemaal te snel.

VLR: Zijn er moderne opnamen in de handel die wel goed zijn en die Schumann’s oorspronkelijke partituur volgen?
BP: Jazeker! Die met Gidon Kremer en Harnoncourt en die met Renaud Capuçon en Harding zijn werkelijk fantastisch. En er zullen er ongetwijfeld meer zijn.

VLR: Zijn er nog bepaalde aspecten in het werk die je bijzonder vindt?
BP: Ach, je moet zelf maar luisteren en er de tijd voor nemen. Het stuk bestaat uit drie delen. Het eerste deel is verspreid over de eerste twee filmpjes. Let op de orkest opening waarin het onheil als een onweersbui aan lijkt te komen rollen. Het wordt vrij abrupt onderbroken door een weemoedig lyrisch thema (1min.06sec.), waarna het stormachtige thema de draad weer opneemt (1min.39sec). Hoor hoe de viool vrij plotseling inzet en een monoloog afsteekt (2min.05sec.), met het orkest als toeschouwer. Let in het tweede deel (filmpje 3) vooral op de fraaie thema’s. Dit is wat mij betreft één van de fraaiste en ontroerendste lyrische delen uit de hele vioolliteratuur. Het tweede deel gaat over in het derde deel zonder pauze. Hoor in het derde deel (filmpje 4) hoe het naar het einde toe steeds speelser wordt. Het springerige hoofdthema is gebaseerd op het lyrische thema uit het eerste deel en ook komt er nog een korte herinnering aan het begin van het langzame tweede deel (3min.17sec.).



Hierboven filmpje 1 of klik op: http://www.youtube.com/watch?v=R0sqQL3m3Mk



http://www.youtube.com/watch?v=yWVKFyXMRZo



http://www.youtube.com/watch?v=GitFqsVdZLs



http://www.youtube.com/watch?v=tjR6DurPYcY

Labels: ,

  • CONTACT
  • Facebook
  • 6 Comments:

    Blogger Claudia said...

    Great article, Bertus. Such a long overdue, wonderful praise for Schumann. In English: A consistent and balanced madness. In French: Une folie cohérente et équilibrée.

    Alas! YouTube doesn't give me what you offer. It says, at each linked video: "An error occurred. Try again later." I made a list, and I will try, without your post. It would be so wonderful to hear more Schumann, specially with your knowledgeable direction.

    Nevertheless, I could listen to your 4 last videos. And the Violon Concerto is a real treat. Many thanks!

    donderdag 24 juni 2010 om 20:28:00 CEST  
    Blogger VLR said...

    Glad you enjoyed it, Claudia!
    Try to link from the original Dutch version. You can easily see where the links are. Sometimes there are more links in one word.
    I´ve tried to link from the Google translation and, indeed, that doesn´t work.
    I´ve taken much care finding some interesting interpretations on Youtube.

    The English and French translations of the title are all right. On an average the English translations are best, although i nearly laughed off my head in quite a few passages.

    BP

    vrijdag 25 juni 2010 om 12:26:00 CEST  
    Blogger Claudia said...

    Thanks, Bertus. It works. And I'm having a marvellous time. Combined with Sean's Schumann's Celebration, your post gives me the rare privilege to enjoy beautiful music in company of people who understand and love it. If I would decide to study one more Schumann before I die, I think I would choose Theme and Variations. I'm near tears when I listen to it.

    Again, merci du fond du coeur.

    vrijdag 25 juni 2010 om 20:10:00 CEST  
    Anonymous Anoniem said...

    Lieve Bert!

    Je stuk over Schumann is geweldig! Het komt recht uit het hart. Het is zo enthousiasmerend dat je meteen gaat luisteren. Mooi vioolconcert hoor, ben benieuwd naar de versie van Kremer.
    Wie is toch die VLR? Het is een geweldige interviewer, die je verhaal in goede banen weet te leiden met kernachtige vragen. Het is toch niet Vincent Leon Ramin hè? (ik krijg nog een tientje van um, maar doe um toch maar de groeten).

    Nogmaals proficiat,

    Jeroen

    woensdag 28 juli 2010 om 17:11:00 CEST  
    Blogger VLR said...

    @Claudia,
    Thanks! Also take a look at the links to the Tchaikovsky concerto played by Ray Chen in the Brussels Concours Reine Elizabeth last year, which he deservedly won.

    @Jeroen,
    Dank! Uiteraard zal ik die ook overdragen aan de rest van de redactie die mij interviewde. Vervelende lui overigens, die mij steeds afkappen wanneer ik nu eens fijn op de praatstoel zit.

    De Kremer/Harnoncourt uitvoering is hier nog steeds in de handel en is inderdaad heel bijzonder. Maar die van Capuçon doet er niet voor onder.
    En ik moet zeggen dat ik Rybar in de Youtube opname ook echt prachtig en heel overtuigend vind spelen.

    BP

    woensdag 28 juli 2010 om 23:39:00 CEST  
    Blogger Claude said...

    Thank you! Thank you! Thank you! I'm listening to them all. The four musicians, with all they played. And the ceremony when they received the prizes. It reminds me of my youth, fully given to piano music, when we followed and participated in concerts and awards. And my son's scholarships' trumpet concerts. It was so rewarding.

    Ray Chen is magnificent. But so are the others, aren't they? And the music is fantastic. I like to believe that the composers are listening to those young people with great joy in their heart.

    donderdag 29 juli 2010 om 00:41:00 CEST  

    Een reactie plaatsen

    Links to this post:

    Een link maken

    << Home