zondag, oktober 04, 2009

 

Van niets naar nergens 16




Groenvelkduifje (Emerald-spotted wood-dove; Turtur chalcospilos) plaatje van: http://www.tarsiger.com/images/seimola/
Roodwangmuisvogel (Red-faced mousebird; Urocolius indicus) plaatje van :
http://www.biodiversityexplorer.org/birds/coliidae/urocolius_indicus.htm
Dwergbijeneter (Little bee-eater; Merops pusillus) plaatje van:
http://www.biodiversityexplorer.org/birds/meropidae/merops_pusillus.htm

Ik had bij het lamplicht graag langer met de vriendin willen praten. Hoe redde ze het hier in de rimboe? En zag ze de rijzige man uit Lusaka - de vader van haar zoontje - nu vaak? En zag ze wel toekomst in de safari’s? Ieder willekeurig onderwerp zou ook genoeg zijn geweest, maar zij moest huiswaarts naar haar kindje. En als ze onderweg eens olifanten tegenkwam?
- Olifanten zijn er nu niet en wees niet bang, ik kom wel thuis! En haar wangen bolden bij haar glimlach. Haar ovale gezicht glom bij het lamplicht. Zij liep naar de eetruimte - waar het Zwitsers kwartet zat - om iedereen een goede avond te wensen. Zij deelde het Canadozwitserse boerenstel mee dat zij hun bedden had laten vervangen en ze hoopte dat zij vannacht dan beter zouden slapen. Vermoeid wuifde iedereen haar welterusten.
De Cz. boerin discussieerde met haar man over het runnen van een safarikamp door een vrouw alleen. Zij moest er niet aan denken in haar eentje zo’n onderneming te moeten leiden en er ook nog een kind bij te hebben. De Cz. boer was in zijn vermoeidheid weinig toegeeflijk: Waarom die man dan niet gewoon bij haar was? Waarom ze dat kind dan hadden gekregen?
Zijn vrouw bracht er niets tegenin en samen maakten zij aanstalten naar bed te gaan. Studentje P. had hoofdpijn en hij ging ook maar slapen. Hij had een zware dag achter de rug. De hitte had hem verslagen. En hoewel het nu donker was, bleef de warmte hangen.
Studentje D. en ik deelden nog een blik met bier. Zou dit nu de enige manier zijn om olifanten te zien in Afrika? vroeg hij zich af. Ik probeerde hem ervan te verzekeren dat hij op de camping bij South Luangwa National Park olifanten vlak naast zijn tent zou hebben. Hij kon het niet geloven.
Hij vroeg wat de mogelijkheden waren in Zambia om verder te reizen. Ik vertelde hem van het wonderbaarlijke Tanganyikameer, over watervallen en over de tocht met de twee ambtenaren, via de bijna onbegaanbare weg in de regentijd door het noorden van Zambia van Kasama naar het Mweroemeer. Hoe we daar vast kwamen te zitten in de modder, hoe groen het er was en hoe vochtig, hoe gastvrij de ambtenaren waren om al die tijd hun auto met mij te delen. Ik vertelde hem hoe het iedere dag zeurderig motregende in Samfya aan het Bengweolomeer, maar ook hoe vriendelijk de mensen er waren. D. zat stiekem te dromen over Zanzibar en de Serengetivlakte, nu hij toch in Afrika was, was dat toch allemaal binnen bereik.
We stonden inmiddels op het pad om in de maneschijn steentjes te gooien naar de vleermuizen: twee kleine blanken in een veel te grote donkere tropennacht. In de verte klonk het geknor van nijlpaarden.
Het duurde uiteraard voordat de motorboot gereed was om ons terug te brengen naar het dorp Luangwa aan de Zambiaanse oever. Het Cz. stel had deze keer goed geslapen, maar toch viel het wachten tegen.
De studentjes wilden van de gelegenheid gebruik maken om vogeltjes te kijken en nog wat insecten en spinnetjes te vangen. Hoewel P. zich niet lekker voelde. Gedurende ons korte verblijf langs de rivier was de temperatuur fors gestegen en er hing al vroeg in de morgen een vochtige hitte. P. kon er niet goed tegen. Maar studentje D. wist P. ervan te overtuigen dat het de laatste kans was om hier nog wat te kunnen zien aan levende have.
We liepen oostwaarts richting dorp, hoewel we eigenlijk meer stil stonden om in de bomen te turen. De temperatuur klom volgens de thermometer van de studentjes naar een vochtige 40 graden en de geluiden van levende have beperkten zich tot mysterieus geritsel. Er was aan de bosrand geen vogelgeluid te horen behalve de wat vermoeide, melancholieke klanken van de groenvlekduifjes, die, wanneer zij van het pad de bomen en struiken invlogen, hun glanzend groene spiegels boven hun roestkleurige vleugels lieten zien. Plezier hadden we in het volgen van de muisvogels die boven ons in de takken heen en weer draafden. Zowel boven op als onder aan de takken. Langs de bosrand genoten we van de kleine bijenetertjes die vanaf de takken hoge luchtreizen maakten.
De motorboot lag weer vervaarlijk diep in het water. De motor werd niet meteen gebruikt want er moest tegen een zware stroom in vlak langs de zuidoever gevaren worden, rakelings langs boomwortels die tot in het water reikten en onder overhangende, zwaar bebladerde takken. De vriendin stond ons eenzaam op de modderige aanlegplaats uit te zwaaien zo lang ze ons kon zien. Wij zwaaiden terug.
- Ik heb haar wat extra fooi gegeven, zie de Cz. boer. Ze kan het hier best gebruiken, had hij besloten.
Toen de vriendin uit het zicht verdwenen was, bleek de boot te veel diepgang te maken. We stapten uit en klauterden langs de begroeide, rotsige oever onder het tropische bladerdak. Onderwijl hielpen wij de twee bootjongens met stokken en takken de boot verder te duwen tegen de stroom in. Totdat de oever minder begroeid en rotsig werd en wij de boot weer in konden om op motorkracht de Zambezi haaks over te steken naar de Zambiaanse oever.
------------------------------------------------------------------------
Ik had deze keer een zogenaamd double entry visa gekocht voor Zambia, overwoog ik terwijl ik in Lusaka van de backpackers lodge naar het National Museum liep. Dat hield in dat als ik naar Mozambiek wilde oversteken, ik niet hoefde te betalen voor een nieuw Zambiaans visum om het land weer in te kunnen komen. En ik vroeg mij af of het in september minder drukkend en warm zou zijn langs de Zambezi, en hoe het tropische gewas er uit zou zien, zo vlak op het einde van het droge seizoen. En zou de vriendin er nog werken? Zou de lodge langs de rivier er sowieso nog zijn? De lodge was moeilijk bereikbaar vanuit de rest van Mozambiek, vanuit Zambia alleen met de boot en verder was er over land vooral toegang via Zimbabwe, een land dat weinig toeristen trekt vanwege de hyperinflatie en een macabere politiek.
Maar waarom zou ik er verder naartoe willen? Veel wild hadden we er niet gezien en september is geen uitgelezen vogelseizoen in zuidelijk Afrika. Het zou aardig zijn nog wat rond te kijken in Zumbo op de markt of een nachtelijk dorpsfeest mee te maken. En misschien zou ik de enige toerist zijn die de vriendin te bedienen had. Als zij er nog zou zijn….
BP

Labels:

  • CONTACT
  • Facebook
  • 0 Comments:

    Een reactie plaatsen

    Links to this post:

    Een link maken

    << Home