zaterdag, november 29, 2008

 

Van niets naar nergens 10

Schedel van een nijlpaard (foto: Wikipedia)

De boot lag diep en schommelde vervaarlijk maar de reis verliep snel, met de stroom mee. Met het gele water van de Luangwa voeren wij de donkere Zambezi op. We meerden aan aan de Mozambiekaanse zuidoever van de rivier. Inmiddels was de duisternis gevallen.

De zuidoever was wat steil. Een smal, modderig pad liep door tropisch struweel omhoog naar het kamp dat tussen de bosschages lag. We werden opgewacht door de vriendin van de rijzige Zambiaan in Lusaka. Bepakt, bezakt en bezweet - ondanks de duisternis was het nog behoorlijk warm - schudden wij handen. De vriendin - met een vriendelijke glimlach die opblikte in het donker - leidde ons naar een bescheiden eetruimte met aan weerszijden uit de rotsen gehouwen zitplaatsen en een houten tafel in het midden. Het geheel was overhuifd met een rieten dak.

Wij informeerden naar waar wij ons eten konden koken. Dat was niet nodig, zo legde de vriendin uit. We konden het eten aan haar geven, dan zou de kok er een maaltijd uit bereiden. De Canadozwitsers - zelfdoeners als zij zijn - dreigden te protesteren. Een Zwitser snijdt tenslotte zijn eigen kolen en opent zijn eigen blikken. De twee studentjes leken ook even in verwarring over de praktische aard van hun nationaliteit. Maar burger zijnde van een oud kolonialistisch land en lui bovendien, beaamde ik de voordelen die de vriendin ons noemde. We konden dan eerst even onze onderkomens bekijken en onze bagage uitpakken. De vriendin had drie hutten voor ons beschikbaar. Een voor de het Cz.’ze stel, één voor de studentjes en één voor mij. Het ging om houten optrekjes met rieten daken. Er was elektriciteit tot acht uur.

Terug in de eetruimte dronken wij bier en verwonderden wij ons over de vele nijlpaardschedels, die in het kamp als decoraties en herkenningstekens werden gebruikt. Er leven veel nijlpaarden in de Zambezi, verklaarde de vriendin, en er gaan er dus ook veel dood. Het zou zonde zijn om de schedels weg te gooien. Toen zij weer weg ging om de kok te helpen met het bereiden van de maaltijd gnuifde de Cz boer. Die nijlpaarden zijn natuurlijk gewoon gestroopt, bromde hij.

Het is een feit, het naast elkaar leven van mensen en grote dieren is niet zelden een probleem. Naast eet- en jachtlust brengt het ook vaak ressentiment met zich mee. De wettelijke bescherming van een aantal diersoorten heeft jagen tot stropen gemaakt. En het zal je gebeuren: je hebt een mooi lapje grond met veel groente en daar komen ‘s nachts de bij wet beschermde nijlpaarden en vreten alles op. Wie de woede van de tuinbouwer kent, kent het vervolg van het verhaal. Voeg daaraan toe dat nijlpaardevlees goed eetbaar is en het verhaal is compleet. Vroeger werden van nijlpaardivoor ook pianotoetsen gemaakt, maar dat is voorbij. Het nijlpaard is niet langer cultuurdrager meer.

Mijn eerste kennismaking met in het wild levende nijlpaarden was in 1982. Ik zag ze vanuit de lucht. Op de eerste safaritrip die ik in mijn leven maakte, vloog ik van Lusaka naar South Luangwa National Park. De meanderende Luangwa rivier stroomt daar door de brede Muchinga slenk. Toen het vliegtuig boven het park vloog, leek de rivier vol met grote keien te liggen. Het bleken nijlpaarden die in grote kudden de rivier bevolkten. In die tijd maakte illegale jacht van Zambia een land waar alleen nog in een paar grote parken enig wild kon worden gezien. In een groot aantal parken kwam bijna geen groot wild meer voor. Als alle wild zochten de nijlpaarden zo veel mogelijk de beschermde gebieden op. South Luangwa was - en is nog steeds - een van de best beschermde natuurgebieden van Zambia.

Bij een lodge, gelegen aan een paradijselijke lagune in het park, zag ik de nijlpaarden voor het eerst van dichterbij. Voor zover zij zich tenminste niet verscholen hielden tussen riet en waterplanten. ‘s Nachts hoorde ik - veilig in mijn houten huisje - hun geknor dat schalde over het water. Een nachtelijk geluid dat onverbrekelijk bij Afrika hoort. Het klinkt zowel tevreden als verontrustend. Er werd op aangedrongen ‘s nachts binnen te blijven want de nijlpaarden liepen regelmatig door het kamp, op weg naar hun graasgronden. Tijdens nachtelijke safaritochten met landrover en schijnwerper zagen we de nijlpaarden op de weg voor de auto uit lopen. Ze behaalden een verassende snelheid. Overdag lagen ze in grote aantallen in de rivier te slapen.

Een keer reed een gids ons naar een kleine poel met groezelig water. Er liepen twee maraboes door de modder langs de poel. De plek werd verder omgeven door hoog gras en wat geboomte. Meer leek er niet te zien. Niettemin moesten we in de auto blijven zitten van de gids. Zelf stapte hij voorzichtig uit en liep behoedzaam en zacht in de richting van de poel. Totdat het water van de poel uit zichzelf leek te gaan kolken en er een gevaarte uit oprees. Er bleek een eenzaam nijlpaard in de poel te zijn. Snel liep de gids terug naar de auto. Dat was voldoende voor het nijlpaard. Het trok zich weer terug in het water, de ogen waakzaam boven het oppervlak houdend.

In de jaren ‘90 logeerde ik met een reisgenoot in een zomerhuisje bij Lake Mutirikwi, één van de grootste stuwmeren van Zimbabwe. Nietsvermoedend hebben wij langs het meer gelopen om er naar vogels te kijken. Twee jaar later was ik er met een andere reisgenoot. Er stond een oud bouwwerk - in onbruik geraakt bij het ontstaan van het stuwmeer - half in het water. Aan het eind van de dag liepen we daar overheen om te genieten van het uitzicht op het meer, de heuvels eromheen waar de laatste intense zonnestralen nog tegenaan schenen. Bij het inzetten van de korte Afrikaanse schemering maakten zich donkere wezens los uit het water. En ja, dat waren natuurlijk nijlpaarden. Het was een onverwachte gebeurtenis die een zekere grootsheid gaf aan de zomerse avond langs het meer. ‘s Avonds in het restaurant vertelde men ons dat het niet raadzaam was in het donker over het pad naar de weg te lopen. De nijlpaarden liepen nogal eens door het struikgewas rond het pad. Mijn reisgenote zag er niet meteen het gevaar van in. Nijlpaarden zijn immers logge beesten. Ik had ze echter eerder eens zien hardlopen en wist dat ze op slag konden veranderen van vredige grazers in oprukkende tanks.

Voor de toerist zijn ze een belevenis, die nijlpaarden, voor de ecologie van de Afrikaanse wateren zijn zij een belangrijke schakel, maar voor de inwoners van een dorp aan een Afrikaanse rivier zijn zij één van de dingen waar je last van hebt als je in Afrika leeft.

Aan de oever tegenover het Mozambiekaanse kamp waar wij op de maaltijd zaten te wachten, ligt het grensstadje Zumbo. Het stadje was zichtbaar vanuit het kamp. Niet de huizen en hutten maar de grote vuren. En de ritmische muziek met diepe donkere drums was hoorbaar van over de brede rivier. De vriendin, die ons nog een biertje aanbood, zei dat het was om de nijlpaarden af te schrikken, die anders ‘s nachts de oogst kwamen opvreten. Naast ons grijnsde een nijlpaardschedel.

Labels:

  • CONTACT
  • Facebook
  • 0 Comments:

    Een reactie plaatsen

    Links to this post:

    Een link maken

    << Home