zondag, januari 13, 2008

 

Doe een wens bij een put of val erin 012



terugkeer
I
kijk zegt de gids en hij snijdt het papajavlees open
hier
is het onrijpe wit en in het hart is het roodzachte
vlees met daarin de olijfgroene pitten die vochtig en
glimmend zijn kijk naar de vijgenboom grijp naar zijn zachte tak
zo grijpt de zomer je vlak voor je deur
en de lieve toe-
riste op oude sandalen zij is het er helemaal
eens mee haar adem onzichtbaar in zinderend licht en de
dorens heeft zij niet gevoeld door de zolen er is ook zo
veel om haar lichaam de gids maar pagaaien ook dat neemt zij
waar: dat het zweet lekt op schouders en rug
zonder water zijn
wij hier verloren
denkt zij oh wat zwemt daar? - ja ja de va-
raan is een heel goede zwemmer
de gids weet het zeker en
zij laat het allemaal over zich heen komen
pijn zou het
doen
denkt de lieve toeriste
als hij mij nu voelde net
aan mijn verbrande huid zonnebrandolie ten spijt
maar de
gids zegt
de grond is hier nog niet ontgonnen de ploeg is te
lauw voor de boer in dit hunkerend land
hij zucht
ziet u die
hoge boom? daar hingen mensen te bungelen zij hadden
niets gedaan dan er te zijn vroeger toen alles hard was de
tijden zijn nu niet barbaars meer ik zal u vertellen van
prins krokodil en het melkwitte meisje hij vroeg haar hoe
zij toch zo wit was zij antwoordde bevend dat dat kwam om-
dat zij zo schoon was en blank van geweten en dat zij ook
prins krokodil wel zo blank maken kon
en de gids lacht zijn
tanden bloot
rein van geweten is anders en wellicht on-
mogelijk nou u begrijpt wel dit is een verhaal uit de
koloniale tijd toen alles heel heel slecht afliep nu
leven wij vreedzaam in droogte en hunkering allemaal!
zijn er nog vragen te stellen? als: wat wil je zijn? een al-
wetende gids of een brandrode reiziger? wat wil je?
eten als prins krokodil of scherp steken als dorens?
er
snijdt een strook licht langs haar keel door de kier van de deur van de
hut de toeriste ligt stil als een dode
II
zorgelijk bloeien de bloemen om nageslacht wachten wordt
buigzaam zij schrijft zonder iemand die het ziet:
“ik drink je wijn
warm in de schaduw van dit hete kot zonder dat iemand
weet of ik leef of dat ik mij laaf aan je geheiligde
dranken de geuren van dwarrelend stof zijn getuigen zijn
één met jou en met de anderen zanddoorgroefd zijn onze
stemmen en hees is de jouwe het grauwe en graaiende
draag je op schouders van slaven zo zoet met hun botten die
schampen langs snaren die vals en stram klinken o zurige
slijmerdrank blank van het reine en troebel van goedheid een
antwoord verwacht ik niet - groetend de uwe verblijf ik”
en
dan droomt zij verder vernederd door doornen herkauwend de
stekels het dagelijks brood van de droogte en ziet zij een
loopplank een welkom een volkslied een juichende menigte
dorstend naar meer terwijl roeiriemen sjorren door water te-
midden van vis krokodillen en zandbanken kauwt zij de
hand van de gids op haar schouder haar borst of die hand haar de
richting kan wijzen maar is die hand niet aan de roeiriem of
zit zij zo moeizaam te sjorren aan een stuk hard wezenloos
hout dat slechts flauw zich laat kennen als richting of oervorm? zij
heeft niets vergeten? een paspoort een zakdoek? de gids heeft met
hardrode balpen een lijn om haar handen getrokken
tot
hier en niet verder de grenzen zijn rood als je handen veel
verder is hier niet te zien
zij werpt tegen
jouw stadhouder
ziet hier toch alles? is vuig en vervelend en drijft ons tot
onmacht
de gids sluit de ogen durft niets meer te zeggen het
zweet breekt hem uit en het land ligt verwilderd met kalende
takken op grauwende aarde een paar hagedissen ver-
steend op een steen waar de hemel zich scherpt aan de scherven van
zonlicht dat lavasteen as en verzanding laat heersen in
stilte een brief ongelezen zijn wijn is hier geel en hun
stemmen zijn ruw en een band met de stem van de gids die zacht
roept aan de wereld om ons niet te helpen

Labels:

  • CONTACT
  • Facebook
  • 0 Comments:

    Een reactie plaatsen

    Links to this post:

    Een link maken

    << Home