zondag, december 05, 2010

 

Van niets naar nergens 22


Boven naar beneden: Nijlpaarden in de Zambezi (foto Reg Gomes, website: http://picasaweb.google.com/lh/photo/Il_C8rTHOI_7HiZe_GNIxA); Hamerkopvogel (foto van Wikipedia: http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Hammerkop_Scopus_umbretta_National_Aviary_2000px.jpg); Rode rotsen aan de zuidoever van de Zambezi (foto Paul van Reenen, website: http://www.panoramio.com/photo/17066656)


Klik hier en scroll naar beneden om te zien wat vooraf ging.

Ik moet diep weggedommeld zijn geweest. Iemand streek door mijn haar en zei, wake up Snowwhite! De serieuze blik van de Hawaïaan staarde mij recht in de ogen. Je vrienden hebben wat boodschappen gedaan op de markt, mijn stuurman is er en we vertrekken zó met de motorboot. Hij gaf een serieuze knipoog en liep de kamer uit.

Ik liep naar buiten waar op het gazon met uitzicht op de Luangwa en Zambezi rivieren het Zwitsers kwartet zijn twee tenten had opgezet. Het kleine tentje van de twee studentjes, dat ternauwernood toegang bood aan hen en aan hun bagage en de tent van het Canadozwitserse boerenstel waarin in ieder geval rechtop op de knieën gezeten kon worden. Lekker geslapen? vroegen Keith en Wendy glunderend. Volgens mij had je die slaap wel nodig, zei de Cz. boerin verontschuldigend, ik vond dat we je niet wakker mochten maken. Studentje P. stond er zwetend en wat bleekjes bij. Had ik ook maar even geslapen, zuchtte hij.

Het liep inmiddels naar het middaguur en de hitte lag zwaar en vochtig over land en water. Het vadsige geknor van nijlpaarden klonk van ver over de rivieren terwijl we in de motorboot stapten. Gaan we die nijlpaarden nu ook zien? vroeg studentje D. vol verwachting aan de Hawaïaan die knikkend bevestigde.

De snelheid van de motorboot zorgde voor welkome verkoeling. Studentje P. leek er ook wat van op te knappen. En enthousiast werd hij vooral toen we de nijlpaarden in zicht kregen. Rood aangelopen staken zij hun ogen, oren en neusgaten boven het wateroppervlak. P. vond het een oneindig komisch gezicht en probeerde de ene foto na de andere te maken. De stuurman hield de boot een beetje in om hem de gelegenheid te geven een paar fraaie plaatjes te schieten van de opmerkzaam spiedende nijlpaardenkoppen. Totdat op niet al te grote afstand een nijlpaard de kop boven het water stak en de enorme bek opensperde. Geschrokken keek ieder naar de stuurman en de Hawaïaan. Die moest alleen maar even gapen, verklaarde de stuurman lachend.

We voeren de Zambezi stroomopwaarts op naar het Westen. Op de Zuidoever Zimbabwe, op de Noordoever Zambia. De rivier was wijds en langs de kanten waren rietbedden. En overal staarden nijlpaarden ons aan.
- Hoe gevaarlijk zijn die nijlpaarden nu eigenlijk? vroeg studentje D.
- Ontzettend gevaarlijk, antwoordde de Hawaïaan ernstig. Er zijn mensen die hier in een kano willen varen. Dat zou ik voor geen goud willen. Als zo’n beest een hekel aan je heeft om één of andere reden, hapt hij jou en je bootje zó door midden.
- Echt waar? vroeg studentje P. ongelovig.
- Echt waar, bevestigde de Hawaïaan.
- Maar ik vind ze zo leuk, zei P.
- But still, they are dangerous, bromde de Hawaïaan.

De oevers waren glanzend groen met oprijzende struikerij en schaduwgevend geboomte. Hier en daar had zich een strandje gevormd van rood Zambezi zand. Sommige strandjes hadden sporen van dieren die gedronken of gebaad hadden of sporen van nijlpaarden die er ’s nachts aan land waren gegaan. Nu liepen er waadvogels rond, voornamelijk zilverreigers en smidskievieten en één maal de wat mysterieuze hamerkopvogel. Met de kijker speurend naar dierlijke kenmerken van allerlei uitsteeksels langs de oever had ik de grauwe vogel in het vizier gekregen. Een hamerkop gedraagt zich sowieso onopvallend, maar zie je hem eenmaal dan blijft hij de aandacht trekken door zijn vreemde uiterlijk. De studentjes waren onmiddellijk onder de indruk van de vogel.
Ook waren er zadelbekooievaars met hun kleurige, buitenproportionele snavels en vlogen er witkoparenden op zoek naar prooi in het water.

Wij speurden de wallenkanten gretig af. Was dat niet het bruin van een antilope? Nee het was een boomstronk. Schemerden daar geen hoorns van buffels? Nee het was een grote rots. En waren dat geen olifanten? Ja.., waarachtig! De boot werd ingehouden, waarbij de stuurman rekening moest houden met pardoes opduikende nijlpaarden. De motor werd afgezet. Onder het schaduwrijke lover aan de Zimbabweaanse oever stonden minstens drie olifanten van het sappig groene bladerdak te eten. We hoorden het gekraak van takjes en het geritsel van bladeren. De dieren zelf maakten geen geluid, geen gesnuif, geen gebrom, niets. Door de schaduwen waren de olifanten niet goed te zien. Tot een klein olifantje vlak vóór de struiken piepte, gevolgd door een oudere olifant die met de kop en de geweldige oren tussen de bladeren tevoorschijn kwam. Wij dobberden op de zuidelijke helft van de rivier op niet al te grote afstand van de olifanten, maar de reuzen hadden ons blijkbaar niet opgemerkt. Geen moment ging er een slurf speurend omhoog en de oren wapperden slechts langzaam ter verkoeling. Kijk, fluisterde de Hawaïaan mij toe, daarom ben ik hier zo graag.

Tussen ons en de olifanten doken twee nijlpaardenkoppen op. Dat was betrekkelijk dichtbij en ze moesten al langer – onder water - in de nabijheid van de boot zijn geweest. Hadden de olifanten ons niet bemerkt, de nijlpaarden hielden ons wel in de gaten. De bootsman startte de motor. Verontschuldigend keek hij even naar ons en we voeren weer verder.

Aan de Zambiaanse overzijde tussen hoogopschietende bomen lag een klein paleisje, enigszins in de vorm van een Achter-indische pagode. Personeel was druk bezig rond het bouwsel met schoonmaken.
- Dat ziet er een beetje uit als een fata morgana, merkte ik op.
- Dat is van een steenrijke landgenoot van mij. Hij ontvangt er allerlei hoog bezoek, politici, zakenlui en zo, zei de Hawaïaan.
- Vreemde landgenoten
- Ja, sprak hij traag en filosofisch, wij lijden wat af… En verder keek hij ernstig voor zich uit.

Verder stroomopwaarts verhieven zich machtige heuvelruggen die vervaarlijk en donker langs de oevers van de rivier kwamen. Langs de Zimbabweaanse kant reikten hoge, rode rotswanden tot ver boven het water en staken scherp af tegen de zinderende blauwe hemel. Gierzwaluwen joegen er langs en enkele maraboes stonden als kapstokken met oude regenjassen langs de richels. Daar is een soort legende aan verbonden, zei de Hawaïaan, de stuurman weet er meer van. De stuurman hield de boot in en liet de motor zachtjes draaien. Hij vertelde in korte trekken een verhaal vergelijkbaar met de Mami Wata verhalen uit Midden Afrika, het Loreley verhaal uit Duitsland en het Sirenen verhaal uit de Odyssee. Het komt erop neer dat menige bootreiziger zijn hebben en houwen bij deze rotsen verloren heeft vanwege de schoonheid van de vrouw met weelderig lang haar, een heerlijke stem en een vissenstaart. Sommigen kwamen voor de rest van hun leven verdwaasd weer aan wal, anderen kwamen nimmer terug. De stuurman vertelde het, de tanden wit bloot lachend in zijn glanzend zwarte gezicht. Er viel een onwennige stilte. De rots torende hoog boven ons uit. Één van de maraboes spreidde de vleugels, klapwiekte en zeilde vervolgens naar boven. Die maraboes weten er waarschijnlijk alles van, zei de Hawaïaan, de stilte doorbrekend.

We voeren weer stroomafwaarts en legden aan aan de Zambiaanse oever om een dorp te bezoeken waar de Hawaïaan bezig was geweest met schrikdraad tegen olifanten.

Een rood zanderig pad leidde omhoog het land op, waar het dorp lag tussen veel groen en schaduwrijk geboomte. Het eerste wat opviel waren de kogelronde geiten met jongen die overal aan het rijke groen knabbelden. Maar de vrouwen en hun kinderen waren mager. De vrouwen met ingevallen wangen en tengere armen en de kinderen met rijstbuikjes. De Hawaïaan had ons gewaarschuwd dat er honger heerste in het dorp vanwege de niet al te vochtige regentijd. Op de gebruikelijke wijze werden wij begroet door de vrouwen: licht door de knieën buigend en klappend in de handen. De Hawaïaan en ik groetten op de zelfde wijze terug. De Hawaïaan had daar plezier in. Jij kent de procedure, constateerde hij met een serieuze glimlach.

Niettegenstaande de armoede zagen het dorp en zijn mensen er schoon en opgeruimd, ja, zelfs feestelijk uit. De vrouwen kleedden zich in eenvoudige maar kleurige lappen en hadden fijn bewerkte kapsels. De hutten waren beschilderd met wit, zwart en rode en gele oker. De versieringen waren veelal geometrisch, simpel en weinig uitgebreid maar afgewogen van proporties. Veel rechte of gekartelde banden rondom de hutten en hier en daar ook dartbordachtige cirkels met zwart, wit en aardkleuren. Slechts bij enkele hutten waren meer naturalistische motieven als meanderende planten en bloemen te zien. De kleuren van de hutten waren helder en onbesmeurd door stof of modder.

Maar waar waren de mannen van het dorp? Die zaten op een zanderige open plek bij de school (als gebruikelijk in Zambia wit en lichtblauw geschilderd) onder een vijgenboom met een monumentaal breed bladerdak te vergaderen. Ze zijn bezig, constateerde de Hawaïaan. Dat is jammer want ik wilde jullie graag voorstellen en een rondleiding vragen. Het voorstellen was niet zo’n probleem. Het dorpshoofd stond op, groette ons kort en schudde ons allemaal even de hand, verontschuldigde zich, maar zei dat de vergadering spoedig afgelopen zou zijn. In de tussentijd konden wij wel naar de nieuwe veldkliniek gaan. Daar was iemand aanwezig om ons te woord te staan. Waarna het dorpshoofd weer verder ging met de vergadering.
- Er zitten helemaal geen vrouwen bij die vergadering, constateerde de Cz. boerin.
- De mensen zijn hier erg traditioneel, verklaarde de Hawaïaan.

De kliniek bleek nog niet in werking. Ze was nog in aanbouw. De kliniek was mogelijk gemaakt door het bereiken van dit dorp door dat moderne wonder: elektriciteit; en wel door middel van zonnepanelen. De bouw van de kliniek had enige vertraging opgelopen. Maar de bij de kliniek behorende arts en verplegend personeel zouden spoedig arriveren, dus er werd nu sneller gewerkt. Er moest niettemin nog veel gebeuren. De kliniek zou open zijn voor de gehele buurtschap rond het dorp en de wijde omtrek. De belangrijkste dagelijkse problemen zouden in deze kliniek behandeld kunnen worden: bevallingen, cholera, vitaminegebrek, malaria en diarree en er zouden geregeld inentingen plaats kunnen vinden van kinderen, want het schooltje stond aan de andere kant van het plein. Maar als mensen nu echt ernstig ziek zijn? wilden de studentjes weten. Dan zullen ze naar Lusaka moeten, zei de man. Maar we hopen dat veel ernstige dingen voorkomen kunnen worden omdat die ernstige zaken vaak voortkomen uit het veronachtzamen van kleinere kwalen die gemakkelijk behandeld kunnen worden.

Inmiddels was de vergadering afgelopen en het dorpshoofd en nog twee mannen voegden zich bij ons gezelschap om ons te begeleiden naar de trots van het dorp en de Hawaïaan: de schrikdraad omheining tegen olifanten.


BP

Labels:

  • CONTACT
  • Facebook
  • 0 Comments:

    Een reactie plaatsen

    Links to this post:

    Een link maken

    << Home